top of page

Bestuurdersaansprakelijkheid bij faillissement (art. 2:248 BW)


Ik zie dit soort dossiers vaker voorbijkomen. Ondernemers die jarenlang keihard hebben gewerkt, een bedrijf hebben opgebouwd, risico’s hebben genomen omdat ondernemen nu eenmaal risico’s vraagt, en die vervolgens – vaak pas ná het faillissement – worden geconfronteerd met iets wat veel harder aankomt dan het faillissement zelf: persoonlijke bestuurdersaansprakelijkheid.

De uitspraak waar ik het hier over heb, ECLI:NL:HR:2025:1894, is daar een pijnlijk maar leerzaam voorbeeld van. De Hoge Raad liet het oordeel van het hof in stand. Geen uitgebreide motivering, geen reddingsboei, geen nuancering. Het cassatieberoep strandde. Daarmee bleef het oordeel overeind dat sprake was van kennelijk onbehoorlijk bestuur in de zin van artikel 2:248 BW, en dat dit onbehoorlijk bestuur een belangrijke oorzaak was van het faillissement.

Wil je meer lezen?

Abonneer je op vanderburg-recht.nl om deze exclusieve post te kunnen blijven lezen.

 
 
 
bottom of page