Contactverbod na online haat en geweld tussen minderjarigen: het civiele recht trekt een grens
- vanderburgjuristen
- 2 dagen geleden
- 5 minuten om te lezen

Contactverbod na online haat en geweld tussen minderjarigen: het civiele recht trekt een grens
ECLI:NL:RBNNE:2025:5704 (Rb. Noord-Nederland, 18 december 2025)
Sommige conflicten beginnen klein. Een misverstand, een woordenwisseling, een ruzie die normaal gesproken zou uitdoven. Jongeren krijgen ruzie, dat hoort bij opgroeien. Maar in deze zaak liep een conflict niet alleen uit de hand, het ontspoorde volledig. Het begon online, het werd grimmiger via berichten, en het eindigde in fysiek geweld op straat.
In het kort geding dat leidde tot ECLI:NL:RBNNE:2025:5704 stond één vraag centraal: mag de civiele rechter ingrijpen met een contactverbod wanneer een minderjarige structureel wordt bedreigd en uiteindelijk ook wordt mishandeld? De voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Nederland was daar helder over. Niet alleen mag dat, het is noodzakelijk.
De feiten: van online ruzie naar openbare mishandeling
Eiseres en gedaagde zijn minderjarig en kennen elkaar. Zij volgen onderwijs in dezelfde plaats, maar op verschillende scholen. Wat begon als een conflict tussen twee jongeren, werd in korte tijd een patroon van intimidatie.
Op een dag fietste eiseres samen met een vriendin naar een winkel, in de veronderstelling dat zij daar met een bekende had afgesproken. Op het moment dat zij aankwam, verscheen gedaagde met een groep anderen. Volgens de vastgestelde feiten begon gedaagde eiseres uit te schelden en te bedreigen. Eiseres vluchtte en zocht hulp bij een passerende politieauto. De politie begeleidde haar en haar vriendin tot buiten de plaats, waar zij werden opgehaald en naar huis gebracht.
Diezelfde avond volgden via Snapchat audioberichten en tekstberichten met ernstige bedreigingen en grove beledigingen. De inhoud liet weinig ruimte voor interpretatie. Het ging niet om harde woorden in een ruzie, maar om expliciete dreigementen en vernedering.
Daar bleef het niet bij. Kort daarna vond een incident plaats dat door een omstander deels werd gefilmd. Op de beelden is te zien dat gedaagde eiseres gedurende ongeveer een minuut aan haar haren trekt en haar meerdere malen in het gezicht slaat en stompt, terwijl zij haar uitscheldt en intimideert. Eiseres deed aangifte van mishandeling.
De escalatie was daarmee compleet: van online haat en dreiging naar geweld in het openbaar.
Het geschil: een civiel contactverbod in kort geding
Eiseres vorderde in kort geding een contactverbod voor de duur van twee jaar. Dat verbod moest breed worden geformuleerd: geen direct contact, geen indirect contact, geen contact via social media en geen contact via andere communicatiemiddelen.
Daarnaast werd een dwangsom gevorderd van 250 euro per overtreding, met een maximum van 5.000 euro, om het verbod afdwingbaar te maken. Ook werd verzocht om veroordeling van gedaagde in de proceskosten.
Gedaagde voerde aanvankelijk verweer, maar gaf ter zitting aan dat zij kon leven met het contactverbod, omdat zij toch geen contact meer wilde. Het debat verplaatste zich vervolgens vooral naar de vraag wie de kosten van de procedure moest dragen.
Juridisch kader: een contactverbod is een ingrijpende maatregel
De voorzieningenrechter maakt in deze uitspraak eerst duidelijk dat een contactverbod niet lichtvaardig wordt opgelegd. Een dergelijk verbod vormt een beperking van de persoonlijke vrijheid van degene aan wie het wordt opgelegd. Dat betekent dat er aan de toewijzing voorwaarden verbonden zijn.
Een contactverbod kan alleen worden toegewezen wanneer sprake is van ernstig onrechtmatig handelen en wanneer er een concreet gevaar bestaat voor herhaling. Het is dus geen standaardmaatregel, maar een instrument dat bedoeld is om verdere schade te voorkomen wanneer de situatie ernstig is en niet vanzelf zal stoppen.
In deze zaak achtte de voorzieningenrechter aan die voorwaarden ruimschoots voldaan.
De overwegingen van de rechtbank: het recht beschermt tegen online haat
Wat deze uitspraak bijzonder maakt, is dat de voorzieningenrechter niet beperkt blijft tot een technische beoordeling van het conflict, maar expliciet ingaat op het bredere probleem: de manier waarop online communicatie ruzies tussen jongeren kan laten escaleren.
De rechtbank schetst dat jongeren moeten kunnen opgroeien in een veilige omgeving. Daar hoort bij dat zij leren omgaan met anderen, met groepsdruk, met conflicten en met grenzen. Ruzies en botsingen kunnen daarbij horen. Maar online communicatie verandert de dynamiek. De afstand, het gebrek aan directe feedback en de snelheid waarmee woorden worden gedeeld, zorgen ervoor dat conflicten sneller verharden.
De rechter maakt daarbij een belangrijk punt: beledigingen en bedreigingen van deze aard mogen niet worden genormaliseerd onder het label “straattaal”. De inhoud van de berichten ging volgens de rechtbank alle grenzen te buiten. Het waren niet slechts impulsieve uitingen in een ruzie, maar ernstige dreigementen die bij eiseres gevoelens van angst en onveiligheid konden veroorzaken.
Daarmee komt de rechtbank tot een kernoverweging die in feite de rode draad vormt: het civiele recht moet bescherming bieden wanneer iemand structureel wordt blootgesteld aan haat, dreiging en geweld. Gevoelens van permanente angst horen niet bij opgroeien. En wie zich daaraan schuldig maakt, moet begrijpen dat dit gevolgen heeft voor de eigen vrijheid.
Het oordeel: contactverbod “zonder twijfel” op zijn plaats
Gelet op de herhaalde bedreigingen, de ernst van de uitlatingen en het toegepaste geweld in het openbaar, oordeelt de voorzieningenrechter dat een contactverbod in deze zaak zonder twijfel op zijn plaats is.
De rechtbank wijst het verbod toe zoals gevorderd: gedaagde mag gedurende twee jaar na betekening van het vonnis op geen enkele wijze contact zoeken of onderhouden met eiseres, direct noch indirect, en ook niet via social media of andere communicatiemiddelen.
Om naleving af te dwingen, wordt de dwangsom vastgesteld op 250 euro per overtreding, met een maximum van 5.000 euro.
Proceskosten: ernstige onrechtmatigheid weegt zwaar
Hoewel gedaagde aangaf zich bij het contactverbod neer te leggen, oordeelde de voorzieningenrechter dat de proceskosten door gedaagde moeten worden betaald. De rechtbank verwijst daarbij naar de ernst van de gedragingen en de onrechtmatigheid ervan.
De proceskosten werden begroot op 1.369,45 euro, inclusief nakosten, met aanvullende bedragen indien betekening nodig is.
Waarom deze uitspraak relevant is
Deze uitspraak laat zien dat de civiele rechter een duidelijke rol heeft wanneer online escalatie leidt tot structurele intimidatie en reëel gevaar voor herhaling. Zeker wanneer het gaat om minderjarigen, bestaat soms het misverstand dat “het vanzelf wel overgaat” of dat er pas kan worden ingegrepen als het strafrechtelijk wordt opgepakt.
Deze zaak toont het tegenovergestelde. Het civiele recht biedt een snelle route om bescherming af te dwingen, juist wanneer het noodzakelijk is om de situatie te stoppen voordat er opnieuw iets gebeurt.
Een contactverbod is daarbij niet symbolisch. Het is een juridische grens met concrete consequenties. Wie het verbod overtreedt, riskeert directe financiële sancties. En wie een ander structureel bedreigt of mishandelt, kan niet verwachten dat de rechter dit als een gewone ruzie behandelt.
Conclusie
In ECLI:NL:RBNNE:2025:5704 trekt de Rechtbank Noord-Nederland een heldere lijn. Ruzies horen bij het leven. Maar online haat, bedreigingen en geweld niet. Wanneer een conflict escaleert tot structurele intimidatie en mishandeling, mag en moet het civiele recht ingrijpen om de veiligheid van het slachtoffer te waarborgen.
Het opgelegde contactverbod is in deze zaak geen uitzonderlijke strengheid, maar een noodzakelijke maatregel om verdere escalatie te voorkomen. De uitspraak is daarmee niet alleen een beslissing in een individueel conflict, maar ook een signaal: wie online dreigt en in het echt geweld gebruikt, krijgt te maken met beperkingen van de eigen vrijheid.
_edited.png)



Opmerkingen