Lil Kleine verliest rechtszaak tegen oud-manager: waarom wees de rechter zijn schadeclaim af?

Lil Kleine verliest rechtszaak tegen oud-manager: waarom wees de rechter zijn schadeclaim af?
29 oktober 2026 | Juridische analyse door Van der Burg Juristen | Ondernemingsrecht en aansprakelijkheid
Rapper Lil Kleine heeft op 28 oktober 2026 zijn rechtszaak tegen onder anderen zijn voormalige manager Nathan Moszkowicz verloren. De rechtbank Amsterdam wees zijn vordering tot schadevergoeding van € 340.500 af. Ook zijn alternatieve juridische vorderingen haalden het niet.
Het conflict ontstond rondom een miljoenenovereenkomst met Sony Music, waarbij € 450.000 aan managementvergoeding werd uitgekeerd. Volgens Lil Kleine was dit bedrag ten onrechte berekend over de bruto-contractwaarde in plaats van over de netto-opbrengsten.
De zaak roept een belangrijke juridische vraag op: wanneer is een onenigheid over de uitvoering van een overeenkomst ook daadwerkelijk een onrechtmatige daad of schending van een zorgplicht?
Van der Burg Juristen analyseert de uitspraak van de Rechtbank Amsterdam van 28 oktober 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:10613, met bijzondere aandacht voor de juridische grondslagen en de overwegingen van de rechter.
Waar ging de rechtszaak van Lil Kleine over?
Lil Kleine werkte vanaf 2013 samen met zijn manager. Die samenwerking duurde tot februari 2023. In die periode werden verschillende commerciële overeenkomsten gesloten, waaronder deals met RTL, Talpa en Sony Music.
Op 1 oktober 2021 sloot de rapper een exclusieve distributieovereenkomst met Sony Music Entertainment Netherlands B.V. De totale contractwaarde bedroeg € 3 miljoen, waarbij de betalingen afhankelijk waren van verschillende afgesproken momenten en leveringsverplichtingen.
Sony betaalde aanvankelijk € 1 miljoen aan Stichting Performer Matters. Van dat bedrag werd op 8 oktober 2021 direct € 450.000 overgemaakt aan Performer Matters B.V., het managementbedrijf.
Dat bedrag vertegenwoordigde 15% van de volledige bruto-contractwaarde van € 3 miljoen, terwijl Sony op dat moment nog maar € 1 miljoen had betaald.
Het resterende bedrag van € 550.000 werd vervolgens aan de vennootschap van Lil Kleine overgemaakt.
Bruto of netto: een juridisch relevant verschil
De discussie draaide om de berekeningsgrondslag van de managementvergoeding.
Volgens Lil Kleine moest de vergoeding worden berekend over de netto-opbrengsten, waarbij rekening werd gehouden met kosten die hij zelf droeg. Zijn voormalig management stelde daarentegen dat de bestaande afspraken recht gaven op 15% van de bruto-contractwaarde.
Dat verschil kan financieel zeer aanzienlijk zijn.
Een percentage over de volledige contractwaarde is immers iets anders dan een percentage over het bedrag dat uiteindelijk overblijft na aftrek van bepaalde kosten.
Toch was dit niet de vraag waarop de rechtbank uiteindelijk een definitief contractueel antwoord gaf.
De kern van het vonnis ligt in de juridische grondslag waarop Lil Kleine zijn vordering had gebaseerd.
1. Onrechtmatige daad: waarom de schadeclaim werd afgewezen
De primaire vordering van Lil Kleine was gebaseerd op onrechtmatig handelen van de betrokken gedaagden.
In het Nederlandse recht wordt aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad geregeld in artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek.
Voor een succesvolle schadevordering moet in beginsel worden voldaan aan verschillende voorwaarden, waaronder een onrechtmatige gedraging, toerekenbaarheid, schade, causaal verband en relativiteit.
Lil Kleine stelde dat zijn voormalige manager en advocaat hun zorgplicht hadden geschonden doordat € 450.000 was uitbetaald zonder zijn toestemming of medeweten.
Daarnaast voerde hij aan dat sprake was van belangenverstrengeling door de posities van betrokkenen bij Stichting Performer Matters.
Het oordeel van de rechtbank
In rechtsoverweging 4.8 stelt de rechtbank centraal dat een verschil van mening over de uitleg van een overeenkomst niet zonder meer betekent dat iemand onrechtmatig heeft gehandeld.
Zelfs wanneer de managementovereenkomst verkeerd zou zijn geïnterpreteerd, volgt daar volgens de rechtbank niet automatisch uit dat sprake is van een onrechtmatige daad.
Daarvoor waren aanvullende omstandigheden nodig die in deze procedure niet voldoende waren aangetoond.
De rechtbank wees in het bijzonder op de eerdere handelswijze tussen partijen.
Bij eerdere overeenkomsten met onder andere Talpa en RTL ontving het management eveneens 15% van de bruto-contractwaarde, ook wanneer de contractuele betalingen in verschillende gedeelten plaatsvonden.
De gedaagden hadden hierover facturen overgelegd.
De Sony-deal week volgens de rechtbank dus niet wezenlijk af van de eerder gevolgde werkwijze.
Verder was niet gebleken dat afzonderlijke toestemming voor de uitbetaling noodzakelijk was. Ook was onvoldoende weersproken dat de betrokken overeenkomsten en managementvergoedingen uitgebreid met Lil Kleine waren besproken.
Juridische betekenis
Dit onderdeel van de uitspraak is belangrijk voor ondernemers en contractspartijen.
Een geschil over de betekenis van een contractuele afspraak is niet automatisch een onrechtmatige daad.
Er moet zorgvuldig worden onderscheiden tussen:
Een discussie over de juiste uitleg van een overeenkomst.
Een tekortkoming in de nakoming van contractuele verplichtingen.
Een zelfstandige schending van een zorgplicht of andere onrechtmatige gedraging.
Deze begrippen kunnen elkaar onder omstandigheden overlappen, maar zijn juridisch niet uitwisselbaar.
De rechtbank oordeelde niet dat iedere betaling van een bruto-managementvergoeding rechtmatig is. Zij oordeelde dat in deze zaak het gestelde onrechtmatige handelen onvoldoende was aangetoond.
Dat onderscheid is essentieel.
2. Contractbreuk versus onrechtmatige daad: een belangrijke procesrechtelijke keuze
Misschien wel de meest opvallende overweging staat in rechtsoverweging 4.10.
De rechtbank constateert daar dat Lil Kleine zijn primaire schadevergoedingsvordering uitsluitend had gebaseerd op onrechtmatig handelen.
Hij had geen vordering ingesteld wegens een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de managementovereenkomst.
Die keuze werd volgens het vonnis tijdens de mondelinge behandeling door zijn advocaat bevestigd
Waarom is dit juridisch zo belangrijk?
Wanneer partijen een overeenkomst sluiten, ontstaan contractuele verplichtingen.
Als een partij een dergelijke verplichting niet nakomt, kan onder omstandigheden aansprakelijkheid ontstaan op grond van artikel 6:74 BW.
Dat is een andere aansprakelijkheidsgrondslag dan artikel 6:162 BW.
Bij een contractuele vordering kan bijvoorbeeld centraal staan wat partijen precies hebben afgesproken en of de betaalde vergoeding daarmee overeenstemt.
Bij de gekozen grondslag van onrechtmatige daad moest Lil Kleine aantonen dat de betrokkenen op de gestelde wijze onrechtmatig hadden gehandeld.
De rechtbank maakte duidelijk dat zij daardoor niet toekwam aan een verdere inhoudelijke beoordeling van de managementovereenkomst.
Betekent dit dat Lil Kleine met een andere vordering wel had gewonnen?
Nee. Dat kan op basis van dit vonnis niet worden vastgesteld.
De rechtbank heeft namelijk geen definitief oordeel gegeven over de vraag of de managementovereenkomst contractueel aanspraak gaf op 15% van de bruto-contractwaarde of op 15% van de netto-opbrengsten.
Een andere juridische grondslag had een andere beoordeling kunnen vergen, maar daarmee staat niet vast dat de uitkomst anders zou zijn geweest.
Onze juridische analyse: deze uitspraak illustreert hoe bepalend de formulering van een vordering kan zijn. Wie procedeert, moet niet alleen beschikken over feiten en bewijsstukken, maar moet ook de juiste rechtsgrond kiezen en de bijbehorende voorwaarden onderbouwen.
Bij zakelijke conflicten en contractgeschillen verdient die juridische kwalificatie daarom al vóór het starten van een procedure bijzondere aandacht.
3. Had de voormalig manager of advocaat zijn zorgplicht geschonden?
Lil Kleine stelde dat zijn voormalige zakelijke vertegenwoordigers tekort waren geschoten in de zorg die hij van hen mocht verwachten.
Bij professionele dienstverlening kunnen bijzondere verantwoordelijkheden gelden. Welke verplichtingen precies bestaan, hangt af van de contractuele verhouding, de professionele rol en de concrete omstandigheden.
Voor advocaten kunnen bovendien specifieke professionele verplichtingen gelden.
In deze procedure ging het echter om de vraag of de door Lil Kleine gestelde feiten voldoende grond boden voor aansprakelijkheid wegens onrechtmatig handelen
Waarom wees de rechter ook dit argument af?
De rechtbank stelde vast dat de eerder gevolgde betalingswijze overeenkwam met de manier waarop de vergoeding bij de Sony-deal was verwerkt.
Ook de gestelde belangenverstrengeling was onvoldoende onderbouwd.
Volgens de rechtbank brengt het enkele feit dat iemand bestuurder of aandeelhouder is niet automatisch met zich mee dat sprake is van belangenverstrengeling.
Bovendien was onvoldoende toegelicht op welke wijze de aangevoerde belangenverstrengeling tot onrechtmatig handelen had geleid.
De rechtbank wees daarom de primaire vordering af.
Wat kunnen ondernemers hiervan leren?
Wie een bestuurder, manager, adviseur of andere professionele dienstverlener aansprakelijk wil stellen, moet concreet kunnen aangeven welke verplichting is geschonden, door welk handelen of nalaten dat is gebeurd en waarom daaruit schadeplichtigheid volgt.
Alleen stellen dat iemand een vertrouwenspositie had, is daarvoor niet altijd voldoende.
Een zorgplicht moet juridisch worden geconcretiseerd.
Dat vraagt om een nauwkeurige beoordeling van de afspraken, de feitelijke handelwijze, de verantwoordelijkheden en het beschikbare bewijs.
4. Beroep op dwaling: artikel 6:228 en 6:230 BW
Lil Kleine had daarnaast een subsidiaire vordering ingesteld.
Hij wilde dat de rechtbank de rechtsgevolgen van de managementovereenkomst zou wijzigen, zodat de managementvergoeding alsnog werd berekend over de netto-opbrengsten.
Hij deed daarvoor een beroep op dwaling.
Het leerstuk dwaling is geregeld in artikel 6:228 BW.
Onder bepaalde voorwaarden kan een overeenkomst worden vernietigd wanneer deze tot stand is gekomen onder invloed van een onjuiste voorstelling van zaken en bij een juiste voorstelling niet zou zijn gesloten.
Artikel 6:230 BW biedt daarnaast onder omstandigheden de mogelijkheid om de gevolgen van een overeenkomst te wijzigen in plaats van vernietiging.
Waarom slaagde het beroep niet?
De rechtbank oordeelde in rechtsoverweging 4.12 dat Lil Kleine onvoldoende feiten en omstandigheden had aangevoerd waaruit bleek dat hij bij het sluiten van de overeenkomst was uitgegaan van een onjuiste voorstelling van zaken.
Het enkele feit dat een contract achteraf anders wordt uitgelegd of financieel ongunstig uitpakt, is geen voldoende onderbouwing van dwaling.
Voor een succesvol beroep moet worden vastgesteld welke onjuiste voorstelling bij het aangaan van de overeenkomst bestond en waarom deze juridisch relevant was.
Die noodzakelijke onderbouwing ontbrak volgens de rechtbank.
5. Onvoorziene omstandigheden: kon de overeenkomst achteraf worden aangepast?
Lil Kleine beriep zich ook op artikel 6:258 BW.
Dit artikel maakt het onder strikte voorwaarden mogelijk dat een rechter een overeenkomst wijzigt of geheel of gedeeltelijk ontbindt wegens onvoorziene omstandigheden.
Lil Kleine stelde dat bij het aangaan van de managementovereenkomst in 2013 niet was voorzien dat later een distributieovereenkomst zoals die met Sony zou worden gesloten.
Volgens hem waren dergelijke overeenkomsten destijds ongebruikelijk binnen de Nederlandse muziekbranche.
De overweging van de rechtbank
De rechtbank vond onvoldoende onderbouwd dat partijen bij het aangaan van de overeenkomst een dergelijke ontwikkeling niet hadden voorzien.
Daarbij speelde opnieuw de handelswijze die gedurende de samenwerking was ontstaan een belangrijke rol.
Lil Kleine voerde aan dat hij bij de distributieovereenkomst zelf productie- en promotiekosten moest dragen.
Daartegenover stelden de gedaagden dat dit bij het sluiten van de Sony-deal was besproken en dat daar een hoger voorschot en een hoger royaltypercentage tegenover stonden.
Volgens de rechtbank had Lil Kleine dit onvoldoende weersproken.
Het beroep op onvoorziene omstandigheden werd daarom afgewezen.
Juridische duiding
Onvoorziene omstandigheden zijn niet simpelweg omstandigheden die één partij achteraf ongunstig vindt.
Het gaat er onder meer om of de omstandigheden in de overeenkomst zijn verdisconteerd en of deze zo ingrijpend zijn dat de wederpartij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid geen ongewijzigde instandhouding mag verwachten.
Dat is een hoge drempel.
Een veranderde commerciële situatie of een achteraf minder aantrekkelijke verdeling van inkomsten biedt niet zonder meer grond voor rechterlijke aanpassing.
6. Redelijkheid en billijkheid: waarom ook artikel 6:248 BW niet hielp
Tot slot beriep Lil Kleine zich op artikel 6:248 BW.
Dit artikel regelt onder meer dat een contractuele regel in bijzondere omstandigheden buiten toepassing kan blijven wanneer toepassing naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.
Lil Kleine wilde bereiken dat een eventuele afspraak over een vergoeding gebaseerd op de bruto-contractwaarde buiten toepassing zou blijven of zou worden aangepast.
Ook dit beroep slaagde niet.
De rechtbank oordeelde in rechtsoverweging 4.15 dat onvoldoende feiten en omstandigheden waren gesteld om de vordering op deze grond toe te wijzen.
Wat betekent dat voor de contractpraktijk?
De redelijkheid en billijkheid vormen geen algemene mogelijkheid om achteraf iedere ongunstige afspraak te laten veranderen.
Vooral wanneer partijen jarenlang volgens een bepaalde methode hebben gehandeld, is het van belang concreet te onderbouwen waarom toepassing van die methode in het betreffende geval onaanvaardbaar zou zijn.
Daarom verdienen de berekeningsgrondslag, het moment waarop een vergoeding verschuldigd wordt en de verdeling van commerciële risico’s expliciete aandacht bij het opstellen of controleren van zakelijke overeenkomsten.
7. Agentuurovereenkomst of managementovereenkomst?
Naast de inhoudelijke aansprakelijkheidsvraag moest de rechtbank ook beoordelen of zij bevoegd was om over de zaak te oordelen.
Een van de discussiepunten was of juridisch sprake was van een agentuurovereenkomst.
Een agentuurovereenkomst volgens artikel 7:428 BW heeft betrekking op bemiddeling bij het tot stand brengen van overeenkomsten, eventueel gecombineerd met het sluiten daarvan namens de principaal.
De rechtbank constateerde dat de werkzaamheden van het management aanzienlijk verder gingen dan het sluiten van commerciële deals.
Zo hield het management zich onder meer bezig met agendabeheer, betalingen, contacten en de bredere zakelijke begeleiding van de artiest.
Ook ontving het management vergoedingen over optredens die door een extern boekingskantoor werden geregeld.
Op grond van de aangevoerde omstandigheden kwalificeerde de rechtbank de samenwerking daarom niet als een agentuurovereenkomst.
De rechtbank achtte zich bevoegd om de vorderingen inhoudelijk te beoordelen.
Ook op internationaal niveau bestond een bevoegdheidsvraag, omdat één van de gedaagden in Frankrijk woonde. De rechtbank baseerde haar bevoegdheid onder meer op artikel 8 lid 1 van de Brussel I-bis-verordening, vanwege de nauwe samenhang tussen de vorderingen tegen de verschillende gedaagden.
Deze overwegingen laten zien dat bij een zakelijke samenwerking niet alleen de naam van een overeenkomst relevant is, maar vooral de feitelijke inhoud en uitvoering daarvan.
8. Bewijslast: waarom eerdere facturen doorslaggevend waren voor de beoordeling
Een terugkerend onderdeel van het vonnis is het ontbreken van voldoende onderbouwing voor verschillende stellingen van Lil Kleine.
Dat sluit aan bij het algemene uitgangspunt van artikel 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering: wie zich beroept op bepaalde rechtsgevolgen, draagt in beginsel de bewijslast van de feiten die daarvoor noodzakelijk zijn.
In deze procedure beschikten de gedaagden over facturen waaruit bleek hoe de managementvergoeding bij eerdere overeenkomsten werd berekend.
De rechtbank gebruikte die stukken bij haar beoordeling van het gestelde onrechtmatige handelen.
De feitelijke handelswijze ondersteunde het standpunt dat bij de Sony-deal niet op een wezenlijk andere manier was gehandeld.
Daartegenover waren de stellingen over een afwijkende verplichting, het vereiste van toestemming en de gestelde zorgplichtschending onvoldoende onderbouwd.
Dit is een belangrijke les voor de praktijk: een langdurig gevolgde werkwijze kan een grote rol spelen bij de juridische beoordeling van een zakelijke samenwerking.
Dat betekent niet dat iedere stilzwijgend gevolgde werkwijze automatisch een juridisch geldige contractswijziging vormt. Wel kan die werkwijze relevant bewijs opleveren voor wat partijen over en weer mochten begrijpen en verwachten.
9. Lil Kleine moet ruim € 28.000 aan proceskosten betalen
Omdat de vorderingen werden afgewezen, werd Lil Kleine veroordeeld in de proceskosten van twee groepen gedaagden.
De rechtbank begrootte deze kosten op € 14.054 per groep, samen € 28.108.
Daarnaast kunnen wettelijke rente en aanvullende kosten van betekening verschuldigd worden wanneer niet tijdig aan de veroordeling wordt voldaan.
De proceskostenveroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Het vonnis laat daarmee ook de financiële risico’s van een civiele procedure zien.
Een afgewezen schadevordering leidt niet alleen tot het uitblijven van de gevraagde vergoeding, maar kan ook resulteren in een aanzienlijke proceskostenveroordeling.
10. Onze juridische conclusie: de juiste grondslag kan bepalend zijn
De uitspraak biedt een belangrijke les voor iedereen die betrokken is bij managementovereenkomsten, zakelijke samenwerkingen en aansprakelijkheidskwesties.
Het meest opvallende aspect is niet dat de rechtbank definitief heeft vastgesteld dat de bruto-managementvergoeding contractueel verschuldigd was.
Dat heeft de rechtbank juist niet gedaan.
De doorslaggevende overweging is dat Lil Kleine onvoldoende had aangetoond dat de betrokkenen onrechtmatig hadden gehandeld. Vervolgens konden ook de alternatieve juridische grondslagen de vorderingen niet dragen.
De rechtbank kwam daarom niet toe aan een definitieve contractuele beoordeling van de berekeningsgrondslag van de vergoeding.
Een juridisch geschil draait niet uitsluitend om de vraag wie zich benadeeld voelt of wie een overeenkomst het meest redelijk uitlegt. Het draait om de toepasselijke rechtsregels, de gekozen grondslag en de feiten die deze grondslag kunnen dragen.
Dat is de belangrijkste juridische les uit dit vonnis.
Voor ondernemers, managers, artiesten en andere contractspartijen is het daarom verstandig om vooraf duidelijk vast te leggen wat de grondslag van een commissie is, wanneer aanspraak op betaling ontstaat, hoe met kosten wordt omgegaan en welke partij bevoegd is om bedragen te ontvangen en te verdelen.
Daarnaast kan bij een conflict een vroege juridische beoordeling voorkomen dat een procedure op een onvoldoende passende grondslag wordt gevoerd.
Bij Van der Burg Juristen ondersteunen wij ondernemers en particulieren bij contractuele geschillen, aansprakelijkheidskwesties en andere zakelijke conflicten.
Veelgestelde vragen over de rechtszaak van Lil Kleine
Waarom heeft Lil Kleine zijn rechtszaak verloren?
Omdat de rechtbank Amsterdam niet bewezen achtte dat zijn voormalige manager en de overige gedaagden onrechtmatig hadden gehandeld of op de gestelde wijze hun zorgplicht hadden geschonden. Ook de alternatieve beroepen op dwaling, onvoorziene omstandigheden en redelijkheid en billijkheid werden afgewezen.
Hoeveel schadevergoeding eiste Lil Kleine?
In de uitspraak staat een primaire vordering van € 340.500, vermeerderd met de gevorderde rente. In nieuwsberichten wordt dit vaak afgerond naar ongeveer € 350.000.
Om welk bedrag ging het bij de Sony-deal?
De distributieovereenkomst met Sony Music had een totale waarde van € 3 miljoen. Het management ontving € 450.000, berekend als 15% van die bruto-contractwaarde.
Heeft de rechter vastgesteld dat de managementvergoeding terecht was?
Niet definitief in contractuele zin. De rechtbank oordeelde dat de gestelde onrechtmatige daad niet was aangetoond. Omdat geen vordering wegens contractuele tekortkoming was ingesteld en de alternatieve vorderingen evenmin slaagden, kwam zij niet toe aan een verdere uitleg van de managementovereenkomst.
Kan Lil Kleine nog in hoger beroep?
Ja, tegen een vonnis in eerste aanleg kan in beginsel hoger beroep worden ingesteld. Volgens berichtgeving van Shownieuws op 28 oktober 2026 heeft Lil Kleine aangekondigd dat te willen doen. Een aangekondigd hoger beroep betekent niet automatisch dat dit al formeel is ingesteld.
Is een manager aansprakelijk wanneer een contract verkeerd wordt uitgelegd?
Niet automatisch. De aansprakelijkheid hangt af van de rechtsverhouding, de gemaakte afspraken, de toepasselijke verplichtingen en eventuele bijkomende omstandigheden. Een verkeerde uitleg kan onder omstandigheden contractuele gevolgen hebben, maar levert niet zonder meer een onrechtmatige daad op.
Zakelijk contractgeschil of schadevergoeding vorderen?
Heeft u een conflict met een zakenpartner, manager, bestuurder of andere contractspartij? Dan is het verstandig eerst te onderzoeken welke juridische grondslag bij uw situatie past en of voldoende bewijs beschikbaar is.
Van der Burg Juristen helpt bij het analyseren van overeenkomsten, het beoordelen van aansprakelijkheid en het bepalen van passende vervolgstappen.
Bekijk onze juridische ondersteuning voor ondernemers of neem rechtstreeks contact op met Van der Burg Juristen.
Bronnen en juridische verwijzingen
Deze publicatie betreft een onafhankelijke juridische analyse van een openbaar vonnis. Van der Burg Juristen was niet betrokken bij de procedure. De beoordeling heeft betrekking op de uitspraak in eerste aanleg van 28 oktober 2026.
_edited.png)



Opmerkingen